Jelle Ijpma is sinds 2014 raadslid voor Progressief Woerden. In het verleden was hij ook wethouder. Hij wil er vooral zijn voor groepen in Nederland die het zwaar hebben, zoals de armen, vluchtelingen en ouderen.

Jelle is al lange tijd actief in de politiek. Eerst was hij wethouder en gemeenteraadslid in Capelle aan den Ijssel. Hij was gemeentelijke en provinciaal beleidsmedewerker in de gezondheidszorg, ouderenzorg en jeugdzorg en werkte bij de griffie. Als raadslid, vindt hij het belangrijk om mensen bij elkaar te krijgen en alle Woerdenaren mee te laten tellen: “Iedereen moet meedoen. Ik ben socialist en heb een christelijke motivatie, dat zit bij mij heel diep”. Buiten zijn socialistische roots, staan zaken als duurzaamheid ook hoog in het vaandel bij Jelle. Daarom was de partij Progressief Woerden, een samenwerking tussen Groenlinks en de PVDA, een goede keuze voor hem.

Waarom bent u de politiek ingegaan?

Omdat ik de wereld wil verbeteren. Ik ben een oude socialist, al mijn hele leven. Ik ben ook christelijk, dus dat is ook een motivatie. Jezus christus zei “Wat gij voor de mensen doet, doet gij voor mij”. Een ander voorbeeld voor mij is Franciscus van Assisi. Hij heeft veel gedaan tegen armoede en dat is voor mij ook altijd een thema geweest: kijken wat ik kan doen voor mensen die het minder goed hebben. Bijna tien procent van onze bevolking heeft een lichamelijke of verstandelijke beperking. Dat is vooral de groep waar ik voor wil werken en dat is ook voor mij de reden dat ik in de politiek ben gegaan. Als je in de politiek zit wil je ook dingen voor elkaar krijgen. Je moet dus ook een beetje machtshonger hebben om beleid te kunnen maken.

Waarom heeft u gekozen voor de partij Progressief Woerden, een samenwerking tussen de PVDA en Groenlinks?

Vanuit huis uit ben ik heel strak PVDA’er. Toen ik PVDA’er was, heb ik altijd prima met Groenlinks samengewerkt. Ik vind het wel mooi dat we in woerden een samenwerkingsverband hebben van deze twee partijen. We werken ook samen met  andere mensen die lokaal actief willen worden, maar niet in een landelijke partij actief willen zijn. We proberen echt om een brede, progressieve beweging te zijn. We werken bijvoorbeeld ook goed samen met actievelingen zoals Lex Albers. Hij is niet lid van een politieke partij, maar hij wil zich wel gewoon inzetten voor de dingen waar wij ons ook voor willen inzetten. Duurzaamheidsactiviteiten, de voedselbank, activiteiten voor vluchtelingen: dat soort activiteiten en mensen  die daarbij helpen, willen wij betrekken bij ons werk, zonder dat ze per se lid hoeven te worden van onze partij.

Wat was voor u het hoogtepunt uit uw politieke carrière?

Toen ik wethouder in Woerden was, zat de bibliotheek in financiële problemen, ze kwamen 200.000 gulden per jaar te kort. Ook de muziekschool zou failliet gaan als de gemeente niet meer geld in hen zou investeren. Op dat moment was het beleid van de gemeente om te bezuinigen op die zaken. Ik vond dat er zonde, want ik vind dat iedere wijk een bibliotheek en een muziekschool nodig heeft waar mensen bij elkaar kunnen komen. Ik heb toen bij de gemeente gevraagd om eenmalig extra geld in deze instellingen te stoppen. We hebben toen anderhalf jaar lang een discussie over cultuur in Woerden gehad en veel mensen bij elkaar gebracht. Dit was heel leuk, wat iedereen was erbij betrokken: de koortjes, de toneelvereniging, de bibliotheek, het museum en de muziekschool. Iedereen ging met elkaar samenwerken en daardoor werd iedereen veel enthousiaster. Het geld dat nodig was, heb ik toen toch nog gekregen. Hierdoor is Woerden cultureel gezien sterker geworden, zonder dat het structureel veel geld kostte.

Vindt u dat de afgelopen jaren de interesse in politiek en de samenleving is afgenomen?

Mensen zijn minder op samenwerking gericht, ze zijn minder met hun familie en buren bezig. Ze worden individueler en hebben andere middelen. Dat zie je ook in de samenwerkingsverbanden, kerken worden minder belangrijk en politieke partijen worden meer doorgangshuizen. Ik denk dat het niet zo erg is, zolang er maar een aantal mensen in de partij heel actief zijn. De politiek moet ook hard werken om mensen erbij te betrekken. Als er een discussie gaande is kinderopvang in een wijk dan moet je op dat moment de vaders en moeders bij elkaar halen. De samenleving is veranderd. Het was een CDA gedachte dat je zelf je ouders moet opvangen en zelf mantelzorg moet bieden. Dat vind ik heel goed, maar mantelzorg is niet iets dat je op kan leggen. Ik geloof dat de samenhang in de omgeving er nog best wel is, maar een wat andere vorm heeft gekregen. Je moet het meer oproepen en het is tijdelijker.

Wat vindt u op dit moment een grote uitdaging waar de politiek voor staat?

We zitten in een overgang op het gebied van zorg. Het is het beste om op gemeentelijk niveau de zorg goed te organiseren, maar dit is voor gemeenten wel nieuw en dat betekent dat je de eerste paar jaar gewoon hard bezig bent om dat goed te organiseren. De laatste jaren hebben we ook bezuinigd op de zorg en dat vind ik ook terecht. Je moet je realiseren dat wij in Nederland een sociaal stelsel hebben opgebouwd waarbij iedereen ontzettend veel rechten had. Dat denken in rechten werd op een gegeven moment erg duur. Er kwamen ook veel mensen in verzorgingstehuizen die eigenlijk helemaal niet zoveel zorg nodig hadden. Het liept uit de hand. Het aantal ouderen groeit nog steeds en het aantal jongeren neemt af. De jongeren moeten de zorg voor de ouderen betalen en de verhouding moet dus wel een beetje goed blijven. Met name in de afgelopen vier jaar hebben de PVDA en de VVD ontzettend goed hun best gedaan om de zorg zo op te bouwen dat deze nog dertig jaar mee kan.

Ook moet de politiek zich sterk gaan buigen over het milieu. Ik ben voor joekels van windmolens hier in Woerden. Van mijn partij mag ik dat niet te hard zeggen want iedereen zegt dat die windmolens het landschap verpesten en dat we over vijftien jaar toch andere energie hebben. Maar ik denk dat we juist zo snel mogelijk af moeten van de energie uit aardgas en steenkool. Ten tweede moeten die windmolens zo lelijk mogelijk zijn, zodat iedereen hard op zoek gaat naar alternatieve bronnen van energie. Iedereen moet zich ervan bewust worden dat we zuinig met energie om moeten gaan. De grote bedrijven moeten ook harder worden aangepakt. We moeten zorgen dat ons landje mooi groen blijft.

U staat voor deze gemeenteraadsverkiezingen op nummer zeven van de kandidatenlijst. Als u wordt herkozen in de gemeenteraad, waar wilt u zich dan hard voor maken?

Inclusie. Iedereen doet mee. Ik wil de opvang voor de vluchtelingen verbeteren. Ik vind het verkeerd dat er op dit moment veertig mensen in één gebouw worden neergezet en daar veel te lang moeten blijven. Ik vind dat ze zo snel mogelijk een eigen woning moeten krijgen en op moeten gaan in de Woerdense samenleving. Die centrale opvang, daar moeten van af.

Ik vind ook dat we de strijd tegen de randweg voort moeten zetten. Ik denk niet dat we daar geld aan uit moeten geven. Het achterland van Woerden is het Groene Hart. Dat moeten we groen houden en er goed op passen.

Verder zijn er op dit moment ongeveer vierhonderd mensen in Woerden die een uitkering krijgen en niet meer terugkeren op de arbeidsmarkt. Deze mensen moeten we vanuit de gemeenteraad beter begeleiden en sociale werkvoorzieningen aanbieden. Het is voor die mensen heel belangrijk om mee te doen met de maatschappij. Dat moeten dat goed bewaken, dat vind ik het belangrijkste.