Marieke van Noort, 42, is fractievoorzitter bij Progressief Woerden. Sinds haar zeventiende is ze al politiek actief: samen met vrienden werd ze lid van de Jonge Socialisten: de jongerenafdeling van de PvdA en kreeg daar al snel dingen voor elkaar. Voor de condoomautomaat, nachtverbinding met Utrecht en de coffee shop heeft ze zich toen der tijd ingezet. Bij progressief Woerden probeert ze jongeren actief bij de politiek te betrekken. 'Lid worden van een politieke partij spreekt jongeren niet aan.'

‘Het is moeilijk om jongeren te betrekken bij de politiek. Het zijn toch vaak heel langdurige processen en ingewikkelde thema’s. En het is ook wel echt wat stroperig in de politiek. Ik ben nu 42 en ik word soms nog steeds als ‘jongere’ betiteld. Dat is natuurlijk een beetje gek, het is bijna zo dat je al als jongere gezien wordt in de politiek als je onder de 55 bent. Bij jongeren tot een jaar of 25 lukt het soms wel om ze te verbinden op een bepaald thema. Ze zijn heel betrokken als het gaat om duurzaamheid, klimaatverandering of voedselverspilling. Dat vind ik heel erg leuk, dat toont betrokkenheid. Het zijn vaak zaken die hun eigen leven heel erg aan gaan. Ik merk ook wel dat het vertrouwen in de politiek momenteel gewoon niet heel erg hoog is, omdat de processen soms erg ondoorzichtig kunnen zijn.

We proberen als fractie in ieder geval vaak de jongeren op te zoeken. Zodat ze ook kunnen vertellen wat hun inzet in de politiek is en wat ze willen. Dan kunnen we kijken of we dat kunnen verwoorden in de raad als we het er mee eens zijn. Zo maken de jongeren kennis met de politiek, ze mogen aanwezig zijn bij de vergadering en ze vertellen ons wat ze zouden willen. Wij stimuleren ze om dat dan ook in te spreken in de raad. Maar écht lid worden van een politieke partij? Dat spreekt jongeren niet echt aan.

Eén van de twee grote scholengemeenschappen in Woerden, het Minkema college, doet erg veel aan politieke bewustwording. Ze hebben onlangs een hele verkiezing nagespeeld, daar hebben ze maanden over gedaan. Ze hebben de klassen verdeeld in politieke partijen en moesten verkiezingsprogramma’s maken, daarna coalitieonderhandelingen voeren en een coalitieprogramma maken. Premier Rutte zou eigenlijk bij de presentatie komen, heel gaaf en een extra stimulatie voor de jongeren. Helaas kon hij op het laatste moment niet. Natuurlijk waren niet alle scholieren even geïnteresseerd, maar zo’n activieteit wakkert wel een beetje politieke betrokkenheid aan. Ik vind het dus heel belangrijk dat scholen hier aandacht aan besteden. Wat ik heel erg leuk aan de politiek vind is dat je heel veel mensen spreekt. Als ik bijvoorbeeld docenten Maatschappijleer spreek die hier in Woerden wonen dan zeg ik altijd: ‘Als je een keer een les over politiek wilt geven dan kom ik graag.’ En dat doe ik ook echt best regelmatig. Zowel op basis als op middelbare scholen.

Op de basisscholen proberen we de kinderen ook al wat politiek bij te brengen. Zo krijgen kinderen lespakketten van Pro Demos. Zij leggen uit wat de spelregels zijn van de democratie en de rechtsstaat en laten zien hoe je hier zelf  invloed op uit kan oefenen. Eén van die pakketten is  een spel waarmee je op een heel simpele manier na kunt spelen hoe een gemeenteraad werkt. De leerlingen worden dan verdeeld in vijf partijen;  één voor de ouderen, één voor de kinderen dat soort luchtige dingen. Het ging om een speeltuin hier in Woerden, ze moeten met elkaar gaan uitwisselen wat voor voorstel ze hadden over wat er met de speeltuin moest gebeuren. Zoiets organiseren we ook eens in de zoveel tijd voor de middelbare scholen. Dat spel heet The Game’, dat doen we dan ook in de raadszaal zelf. Bij het spel worden in de voorbereiding groepjes leerlingen gekoppeld aan een goed doel. Er is dan duizend euro beschikbaar waar de leerlingen dan om strijden. Ze moeten dan gaan onderhandelen en beargumenteren waarom het geld naar hun goede doel toe moet en daarvoor een meerderheid in de raad krijgen. Uiteindelijk wordt er gestemd en krijgen de winnaars die duizend euro voor het goede doel én 200 euro als prijs voor de klas zelf. Dan spelen ze dus ook echt ergens om. Het organiseren van dit spel doen we samen met de docenten Maatschappijleer en altijd een paar mensen uit de gemeenteraad, die de partijen coachen. Door zelf aanwezig te zijn en mee te doen laten we zien dat we het belangrijk vinden dat jongeren politiek betrokken zijn.’